Van megaster tot keuterboer
Cultuur & media, vrijdag 7 februari
Door Robert Haagsma
Terence Trent D'Arby werd in de
jaren 80 onthaald als de nieuwe Prince en Michael Jackson. Zo snel als
hij kwam, verdween hij ook weer van het toneel. De Amerikaanse soulzanger,
die tegenwoordig als Sananda Maitreya door het leven gaat, wil een tweede
kans. Onlangs verscheen zijn nieuwe cd Wild card!.
Terence Trent D'Arby leek zich lang
tevreden te moeten stellen met een bescheiden plaatsje in de pophistorie.
Hij was immers weinig meer dan een eendagsvlieg, die in de tweede helft
van de jaren 80 even fel had geschitterd, om daarna van het toneel te
verdwijnen. De Amerikaanse zanger broedt echter op een tweede jeugd en
zijn nieuwe cd Wild card! is zijn belangrijkste troef.
Terence Trent D'Arby noemt zich sinds
kort Sananda Maitreya, een naam die tot hem kwam in een droom en zijn
mentale wedergeboorte moest bezegelen. Hij was echter wel zo praktisch
om de nieuwe cd onder zijn vertrouwde naam het licht te laten zien. ,,Hoe
goed de cd ook is'', knikt de zanger, ,,onder de vlag van Sananda Maitreya
ben ik nu nog kansloos.''
Terence Trent D'Arby blijkt overigens
uiterlijk niets veranderd sinds zijn glorietijd. De trekken rond zijn
mond zijn misschien wat dieper, verder is alles nog intact: de dreadlocks,
het lenige lijf en de hese stem.
Hij was er opeens in 1987: de zelfverzekerde, oogverblindende en getalenteerde
Terence Trent D'Arby. Als beroepsmilitair
was hij gelegerd geweest in Duitsland en had daar als zanger van de funkband
Touch de eerste kneepjes van het vak geleerd. Een cassette met ruwe opnamen
leverde een solocontract op met de platengigant Sony, die in 1987 het
debuut The hardline according to Terence Trent
D'Arby uitbracht.
Het succes arriveerde vrijwel meteen. Binnen enkele maanden vlogen miljoenen
exemplaren over de toonbank en de singles Wishing well en Sign your name
werden wereldwijd grote hits. Er was veel lof voor de spannende combinatie
van pop, funk, soul en rock. Terence Trent D'Arby
werd in menige recensie dan ook onthaald als de nieuwe Prince en Michael
Jackson, gezegend met de hese soulstem die herinnerde aan Sam Cooke.
Het geld, de aandacht en het succes stegen de jonge zanger echter snel
naar het hoofd. In een interview bestempelde hij zijn debuut tot de beste
plaat sinds Sgt. Pepper's van The Beatles, wat alom tot schampere reacties
leidde. Een keerpunt, zo bleek later.
,,Ik ben bang dat ik tot mijn laatste snik aan die woorden herinnerd
zal worden'', glimlacht de artiest. ,,In de periode dat ik die uitspraak
deed, was ik de weg behoorlijk kwijt. Wanneer je omringd wordt door mensen
die je dagelijks vertellen hoe geniaal je bent, ga je dat vroeg of laat
geloven.''
De Amerikaan kon zijn grote verhalen niet waarmaken met de belangrijke
tweede plaat, die hij ook nog eens tot Neither Fish nor Flesh doopte.
De inderdaad wat tweeslachtige plaat leverde geen hits op en verkocht
dramatisch slecht. Om de albums die daarna verschenen, inclusief het niet
onaardige Symphony or damn (1993), bekommerde zich niemand meer.
Wat ging er fout met het grote talent van 1987? De zanger haalt zijn
schouders op. ,,Het was een combinatie van factoren'', reageert hij uiteindelijk.
,,Het succes kwam te snel en in een te grote mate. Ik kon het niet verwerken
dus reageerde ik daar, achteraf gezien, raar op: ondankbaar, arrogant
en onverstandig. Ik wijt dat deels aan mijn achtergrond: ik ben erg beschermd
opgevoed en was niet voorbereid op alles waaraan een megaster blootstaat.''
Volgens de zanger hadden ook de platenindustrie en zijn management een
hand in zijn snelle neergang. ,,Er werden achter de schermen spelletjes
gespeeld. Ik zat bij dezelfde platenmaatschappij als Michael Jackson en
zijn managers waren bang dat ik zijn publiek zou wegpikken. Dus werd geprobeerd
mij aan een nieuwe doelgroep te slijten. Ze stelden mij serieus voor om
te smelten tot een nieuwe Michael Bolton met een kleurtje. Of ik daar
geen zin in had? Nou, nee dus.
,,De eerste periode genoot ik van het succes en ik had zelfs even het
gevoel dat alle mensen om mij heen voor mij bezig waren, zodat ik mij
creatief kon ontplooien. Op een bepaald moment kwam ik er achter dat het
precies andersom was. Ik was in hun dienst, om hun financiële dromen
te verwezenlijken en alles was daaraan ondergeschikt. Ik had geen creatieve
vrijheid, maar men belette mij ook die elders te gaan zoeken. Het was
een uitzichtloze situatie.''
Na een lange juridische strijd wist de zanger zich onder het contract
vandaan te werken en begon liedjes te schrijven voor Wild Card!. Toen
contacten met een nieuwe platenmaatschappij opnieuw frustrerend verliepen,
besloot de zanger voortaan alles in eigen hand te houden en richtte zijn
eigen label op: Sananda Records.
Terence Trent D'Arby vertelt dat
hij in die periode niet alleen in zakelijk opzicht een grote schoonmaak
hield, maar zichzelf ook mentaal onder handen nam en liet zich daarbij
vooral leiden door de ideeën van het boeddhisme. De nieuwe plaat
biedt een weerslag van die lange reis en is verrassend sterk. De mix van
stijlen herinnert regelmatig aan het debuut. De zanger verkoopt de cd
via zijn eigen website (www.sanandamaitreya.com), na optredens en via
onafhankelijke distributeurs.
,,Ik heb mijn handen eindelijk vrij. Het betekent hard werken. Alleen
in dat opzicht verlang ik nog wel eens naar de oude tijd, toen alles voor
mij gedaan werd. Ik heb ontdekt dat het ook een bepaalde charme heeft
om een kleine zelfstandige te zijn. Ik pers mijn plaatjes zelf, houd bij
hoeveel er verkocht worden - 50 op een avond is een mooi aantal - en signeer
ze als daar om wordt gevraagd. Ik voel me een boer; één
die geen appels verkoopt, maar cd's. Ik zou natuurlijk heel graag weer
net zo bekend willen worden als destijds. Al was het alleen maar omdat
ik daar nu wel mee om zou kunnen gaan. Het is echter geen heilig doel.
Terwijl ik vroeger mijn schouders ophaalde over weer een miljoen verkochte
albums of de zoveelste platina plaat, ben ik nu dankbaar voor elk doosje
cd's dat de deur uitgaat en elk programma dat mij nog wil hebben.''
|